Begrippenlijst

A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | V | W

A

Aflossingsschema
De manier waarop bij de verschillende hypotheekvormen de aflossing van de schuld plaats heeft.

Aflossingsvrije hypotheek
Een hypotheekvorm waar alleen de betaling van de verschuldigde rente verplicht is en die onder bepaalde voorwaarden zelfstandig of in combinatie met andere hypotheken gesloten kan worden.

Annuïteitenhypotheek
Een klassieke hypotheekvorm waarbij de som van de rente en aflossing, zonder invloed van rentewijziging of extra aflossingen, gelijk blijft. Daarbij neemt in het verloop van de hypotheek de rentebestanddeel af en het aflossingsbestanddeel toe.

B

Bandbreedterente
Variatie op een variabele rente. Het is een vaste rente met over het algemeen een boven- èn een ondermarge (bandbreedte) van een contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer de marktrente de marge overschrijdt wordt de 'vaste' rente verhoogd of verlaagd. De verhoging of verlaging is ter grootte van het verschil tussen de boven/ondermarge en de marktrente.

Bankgarantie
Een garantie van de bank dat de borgsom die de koper aan de verkoper moet betalen, indien nodig, wordt voldaan.

Bankhypotheek
Dient als zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank van de hypotheekgever te vorderen heeft, ongeacht de wijze waarop deze vordering is ontstaan.

Basisrente
Is het laagste tarief van een bepaalde renteduur die onder de standaardcondities wordt verstrekt.

Belastbaar inkomen
Het inkomen dat bepalend is voor de belastingheffing. Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld via het boxenstelsel en bestaat o.a. uit inkomen uit arbeid en eigen woning, bijtellingen (zoals auto van de zaak en eigenwoningforfait) en aftrekposten (zoals betaalde (hypotheek)rente en betaalde alimentatie).

Belastingvrije som
Zie heffingskorting

Beleggingshypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een periodiek gestort bedrag, of een bedrag ineens, dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement.

Boeterente
Een bedrag dat de geldverstrekker in rekening kan brengen bij het vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de rentevaste periode nog niet is verstreken en niet wordt voldaan aan een geldige reden van aflossing.

Boetevrije aflossing
Vrijgesteld bedrag, meestal uitgedrukt in percentage van het (oorspronkelijk) geleende hypotheekbedrag, dat jaarlijks mag worden afgelost op de hypotheek. De meeste geldverstrekkers hanteren een percentage tussen de 10 en 20%.

Bouwfinanciering
Een nieuwbouwhuis betaal je in termijnen. Je sluit de hypotheek op het moment van aankoop en het geleende bedrag wordt op een aparte rekening (in depot) gezet. Als je een termijn moet betalen, wordt het bedrag overgeschreven. Over het geld dat in depot staat krijg je rente.

Bouwrente
De hypotheekrente die je betaalt ten behoeve van een huis, dat nog gebouwd moet worden.

Box I
In Box I valt inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming. Met deze box krijgt bijna iedereen te maken. Het is daardoor de belangrijkste box. In deze box vindt ook de verrekening plaats van de hypotheekrenteaftrek.

Box II
Ben je in het bezit van meer dan 5% aandelen van een vennootschap - men noemt dit aanmerkelijk belang - dan wordt je belast in Box II. Daarvoor geldt een vast tarief van 25%.

Box III
Alles wat niet in de eerste twee boxen valt, komt in Box III. In de praktijk gaat het om bezittingen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed (dat niet dient als hoofdwoning) en om schulden zoals consumptieve leningen en een hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat uit van een fictief rendement van 4% over het saldo van je bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op 1,2% belasting over je vermogen (vermogensrendementsheffing).

Boxenstelsel
Bij de belastingwetgeving die in 2001 is ingegaan, wordt je inkomen verdeeld over drie boxen. Dit is het zogeheten boxenstelsel. Elke belastingbox kent zijn eigen tarief.

Bufferrente
Zie bandbreedterente.

C

Click-vast rente
Variabele rente waarbij men contractueel een plafond afspreekt tot waar de variabele rente kan stijgen. Wanneer de variabele rente het plafond 'raakt' klikt de rente vast tegen dat rentepercentage tot het einde van de vooraf gestelde duur van de 'click-vast'-periode.

Consumptieve rente
In de praktijk is dit de rente over schulden die je niet bent aangegaan voor aanschaf, verbetering of onderhoud van je eigen woning.

Conversiekosten
De kosten die je moet betalen als je van de ene rentevaste periode overgaat naar de andere, ook wel verlengingskosten.

D

Dagrente
De op een bepaalde dag geldende rente voor nieuw af te sluiten hypotheken met een bepaalde rentevaste periode of verlenging van bestaande hypotheken.

Depotrente
Zie Bouwfinanciering.

Disagio
Afkoop van toekomstige renteverplichtingen door een bedrag ineens te betalen. Was voorheen aftrekbaar voor belasting.

E

Effecthypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een éénmalig gestort bedrag bij aanvang dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement. Dit bedrag kan mee zijn geleend in de hypotheek.

Effectieve rente
Het rentepercentage dat men daadwerkelijk over zijn hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met het moment waarop de hypotheekrente is verschuldigd (vooraf of achteraf, per maand of kwartaal) en de (afsluit)kosten.

Eigen middelen
Het geld dat je vrij beschikbaar hebt en eventueel in de hypotheek of in het nieuwe huis kunt investeren.

Eigenwoningforfait
Voorheen huurwaardeforfait. Een fiscale bijtelling bij het inkomen. Het komt erop neer dat huiseigenaren betalen voor het woongenot. Dit woongenot wordt gezien als inkomen in natura. De hoogte van het bedrag wordt bepaald aan de hand van de waarde van het huis. Referentie daarvoor is de WOZ-waarde.

Eigenwoningrente
Term die wordt gehanteerd voor leningen (niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor komen zij in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek in box I.

Eindschuld
Het bedrag van de oorspronkelijke lening dat nog open staat op de einddatum en dat je in werkelijkheid nog aan de hypotheekinstelling verschuldigd bent.

Executiewaarde
De waarde van het huis bij gedwongen verkoop.

Extra aflossing
Een aflossing die je, hetzij verplicht (opgelegd door de geldverstrekker), hetzij vrijwillig, doet boven het bedrag dat je in de gekozen hypotheekvorm af moet lossen.

F

Financieringskosten
De kosten van het financieren van het nieuwe huis of van de vervangende hypotheek.

Fiscaal voordeel
Het bedrag dat je minder aan loon/inkomstenbelasting en sociale premies hoeft te betalen in verband met onder andere hypotheekrenteaftrek.

Fiscale schijven
Elk jaar opnieuw door de overheid vastgestelde percentages van de belastingheffing in de verschillende boxen over het belastbaar inkomen.

Forfaitaire bijtelling
Om de administratieve lasten rondom je belastingaangifte te vergemakkelijken (zowel voor jou als voor de fiscus) heeft de wetgever bepaalde belastbare inkomsten alvast voor je vastgesteld. Zoals het eigenwoningforfait. De hoogte van je bijtelling is een vast percentage van de waarde van je woning.

G

Grondrente tot transport
Rente over de grondkosten tussen de datum van aankoop en de overdracht bij de notaris.

H

Heffingskorting
Vaste korting op de totale belastingsom (in plaats gekomen van belastingvrije som) in het huidige belastingstelsel (2001). Naast deze algemene korting zijn er nog extra kortingen zoals ouderenkorting en arbeidskorting.

Herbouwwaarde
Het (getaxeerde) bedrag dat benodigd is om een woning, die bijvoorbeeld is afgebrand, te herbouwen. Deze waarde is nodig voor een opstalverzekering en kan worden opgenomen in een taxatierapport.

Huurwaardeforfait
Zie eigenwoningforfait

Hybrideverzekering
Universal Life verzekering waarbij naast de beleggingsfondsen op basis van (beleggings)rendement ook een fonds kan worden gekozen op basis van een vergoeding gelijk aan de hypotheekrente die wordt betaalt aan de onlosmakelijk verbonden hypotheeksom.

Hypotheekgever
Degene die de onroerende zaak als onderpand aanbiedt (de huiseigenaar of geldnemer).

Hypotheeknemer
Degene die de onroerende zaak als onderpand aanvaardt (de hypotheekinstelling of geldgever).

I

Inflatie
Ook wel geldontwaarding genoemd. In de loop van de jaren stijgen de prijzen. Om dit te compenseren stijgen de lonen vaak ook. Gespaard geld (geld in een oude sok) wordt hierdoor minder waard. Met dezelfde hoeveelheid geld kan je minder kopen dan vorig jaar.

K

Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW)
Deze verzekering is gekoppeld aan de hypotheek die rust op de woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering vrijgesteld is van belasting. De maximale vrijstelling van deze uitkering wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.

Koop-/aanneemsom
Het bedrag dat je voor het nieuwe huis moet betalen.

Koop-/aannemingsovereenkomst
(Voorlopige) overeenkomst tot koop van (bouw)grond n (af)bouw van een woning.

Kosten koper (k.k.)
De koper betaalt de kosten voor de overdracht. Zie ook 'Overdrachtskosten'

Kosten Nationale Hypotheek Garantie
De kosten van de garantie-aanvraag.Zie Nationale Hypotheek Garantie

Krediethypotheek
Bekend als hypothecaire inschrijving en hypotheekvorm waarbij opname en aflossing vrij zijn tot aan de hoogte van de inschrijving.

L

Levenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij de aflossing geschiedt door middel van een verpande levensverzekering die uitkeert aan het einde van de looptijd en/of bij overlijden.

Lineaire hypotheek
Klassieke hypotheekvorm waarbij de bruto last bestaat uit de aflossing (het hypotheekbedrag gedeeld door de looptijd) vermeerdert met de rente over het openstaande hypotheeksaldo.

M

Margerente
Zie bandbreedterente

Meerwerk-/verbeteringskosten
De kosten waarmee je wordt geconfronteerd, als je bij een nieuwe woning meer werk laat verrichten dan in het bestek is voorzien, of bij een bestaande woning verbeteringen laat aanbrengen.

N

Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Deze regeling houdt in dat de rente en aflossing van een hypotheek altijd aan de hypotheekinstelling worden betaald indien men de hypotheek niet meer kan opbrengen. De hypotheekinstelling geeft hiervoor een rentekorting tot zo'n 0,5%.

Netto-werkelijke rente
Een in 1989 geïntroduceerd begrip, dat in een percentage weergeeft: de hypotheekrente, de afsluitkosten, het fiscale voordeel, de premie van de overlijdensrisicoverzekering en de uitkeringskansen uit de overlijdensrisicoverzekering. De financier geeft deze rente ook weer.

Nominale rente
De rente die de hypotheekinstelling op jaarbasis met je afspreekt.

O

Onroerend Goed
Grond en alles wat er zich aard- en nagelvast op bevindt.

Onroerende zaakbelasting, OZB
De gemeentelijke belasting die men moet betalen voor het eigendom.

Optie
Recht van koop. Overeenkomst waarbij een verkoper zich verbindt het huis gedurende een bepaalde termijn voor een in de optieovereenkomst vermelde prijs aan een aspirant-koper aan te bieden. Met andere woorden, het huis kan tijdens die termijn niet aan een andere gegadigde verkocht worden.

Overbruggingskrediet
Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de nieuwe en de verkoop van de oude woning, indien er op dat laatste moment eigen geld vrijkomt.

Overdraagbare premie
De subsidie die bij de verkoop van een premie-/ sociale koopwoning aan de volgende eigenaar wordt overgedragen.

Overdrachtsakte
Zie transportakte.

Overdrachtsbelasting
Deze belasting wordt geheven bij overdracht van een bestaand huis en bedraagt 6% van de aankoopwaarde. Meestal betaalt de koper deze belasting (kosten koper: k.k.). Voor een nieuwbouwhuis is geen overdrachtsbelasting verschuldigd. In sommige gevallen geldt dit wel voor de grond.

Overdrachtskosten
De kosten die nodig zijn om het huis op je naam te krijgen: de overdrachtsbelasting en de notariskosten voor het opstellen van de overdrachtsakte. Bij bestaande huizen wordt vaak de term 'kosten koper' gehanteerd. Dit betekent, dat de overdrachtskosten voor rekening van de koper komen. Nieuwbouwwoningen worden vaak 'vrij op naam' aangeboden. De kosten voor de overdracht van het huis zijn daarbij voor rekening van de verkopende partij.

Overgangsrecht
Bij de invoering van nieuwe (belasting)wetgeving worden de rechten en plichten die zijn opgebouwd onder de oude wet zoveel mogelijk gerespecteerd. Hoe dit precies wordt geregeld, is vastgelegd in het zogeheten overgangsrecht.

Overheidsbijdrage
Subsidie die de overheid uitkeert bij (sociale) koop- of premiewoningen.

Overlijdensrisicoverzekering
Verzekering die een vooraf bepaald kapitaal uitkeert bij het overlijden van de verzekerde persoon.

Oversluiten
Het opnieuw afsluiten van de hypotheek tegen een andere rente en/of andere voorwaarden, bij een andere of dezelfde hypotheekinstelling.

Oversluitprovisie
Provisie die een hypotheekinstelling berekent bij het oversluiten van een hypotheek bij deze instelling.

Overstapfaciliteit
Mogelijkheid om over te stappen van een variabele naar een vaste rente.

Overwaarde
De verkoop- of executiewaarde van het huis is hoger dan de resterende schuld van de hypotheek.

P

Plafondrente
Zie bandbreedterente

Premiedepot
Een aan de hypotheek verpande geblokkeerde renterekening bedoelt om (een deel van) de premies te betalen van de eveneens aan de hypotheek verpande levensverzekering.

Premiewoning
Nieuwbouwwoning waarop de overheid subsidie verleent in de vorm van jarlijkse of eenmalige bijdragen.

Pro resto hoofdsom
De nog openstaande (hypothecaire) schuld na aftrek van alle (administratieve) aflossingen en kosten.

Progressief aftrekbaar/belast
De inkomstenbelasting kent diverse tarieven. Hoe meer je verdient, hoe hoger het tarief. Bijtellingen en aftrekposten worden telkens tegen het hoogste, voor jou geldende, tarief verrekend.

Projecthypotheek
Bij nieuwbouwprojecten bieden hypotheekinstellingen soms een hypotheek aan tegen een lagere rente of afsluitkosten dan normaal. De lagere rente vervalt meestal bij renteherziening.

Projectrente
Rente die bij bepaalde nieuwbouwprojecten wordt aangeboden door hypotheekverstrekkers (vaak onder bepaalde voorwaarden). Rente vervalt meestal bij renteherziening.

R

Rekenrente
De wettelijk verplichte vaste rente over het betaalde bedrag bij traditionele levensverzekeringen. (momenteel 3%)

Rentebedenktijd
Mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer een nieuwe rentevaste periode ingaat.

Renteherziening
Als de rentevaste periode is afgelopen, doet de hypotheekinstelling een nieuw rentevoorstel voor de volgende periode.

Rentemiddeling
Een nieuw rentepercentage vaststellen door het rentepercentage van de voorgaande hypotheekperiode op te tellen bij het nieuwe (dag)rentepercentage en beide (gewogen) te delen. Deze rentemiddeling vindt vaak plaats bij een hypotheekverhoging voor een verbouwing of bij verhuizing.

Renteopslag
Een opslag boven het normale rentepercentage, bijvoorbeeld voor een tophypotheek.

Rentevaste periode
De afgesproken periode dat de rente gelijk blijft.

Restschuld
Het gedeelte van de oorspronkelijke lening dat nog open staat.

S

Spaarhypotheek
Hypotheekvorm, ook wel bekend als Verbeterd Levenhypotheek, waarbij de aflossing geschiedt door middel van een gemengde verzekering en waarbij de vergoeding over en berekening van de spaarpremie bepaald wordt door de hypotheekrente.

Stabielrente
Zie bandbreedterente

T

Taxatie
Globale waardebepaling van het huis door een (beëdigd) taxateur.

Tophypotheek
Een hypotheek die hoger is dan de executiewaarde van het huis. Dit gaat over het algemeen met door de geldverstrekker opgelegde renteopslagen.

Transportakte
Overdrachtsakte, die de notaris opmaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken en die wordt ingeschreven bij het kadaster.

Transportaktekosten
De kosten van de officiële akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de overdracht van een huis, vermeerderd met de registratiekosten en de kadastrale rechten.

Tweeverdienershypotheek
Hypotheek die alleen verstrekt in een huishouding waar sprake is van twee (vaste) inkomens.

V

Variabele rente
U betaalt geen vast rentepercentage, maar een rente die per maand of kwartaal varieert.

Verwervingskosten
Het totaal benodigde bedrag om het huis te kunnen kopen (verwerven).

Voorfinanciering
De subsidie op premiewoningen of (sociale) koopwoningen kan door de bank worden voorgeschoten en tussen overheid en bank worden verrekend.

Voorlopig koopcontract
Koopcontract dat vooraf gaat aan de overdracht bij de notaris en waarin meestal ontbindende voorwaarden zijn opgenomen.

Voorlopige teruggaaf
Maandelijkse verrekening van de fiscus van het belastingvoordeel ten gevolge van de renteaftrek.

Vrij op naam (v.o.n.)
De overdrachtskosten zijn inbegrepen in de koopsom. Bij een nieuwbouwwoning is de BTW inbegrepen. Zie ook 'Overdrachtskosten'.

Vrije verkoopwaarde
De waarde van de woning als deze vrij op de markt kan worden verkocht (in tegenstelling tot executiewaarde).

Vrije-sectorwoning
Nieuwbouwwoning die geen premiewoning of (sociale) koopwoning is. Vrijesectorwoning met een eenmalige bijdrage (VSEB-woning).

W

Wet Waardering Onroerende Zaken, WOZ
De waardegrondslag van het huis welke door de gemeente bepaald wordt. Op basis van deze grondslag worden het eigenwoningforfait en de onroerend zaak belasting berekend.

Woonlasten

Het bedrag dat je per jaar voor het bewonen van je huis moet betalen.

logo

Hoofdmenu